Zoeken
Lokale teelt
Onze innovatieve Nederlandse telers zijn erin geslaagd om quinoa lokaal, duurzaam, regeneratief en zonder pesticiden te telen (zowel gangbaar als biologisch).
Benieuwd hoe ze dat doen? Lees dan verder!
Benelux
Quinoa teelt in Nederland
Onze toegewijde groep ervaren telers teelt sinds 2014 succesvol quinoa op commerciële schaal in Nederland en België, en sinds 2026 ook in Luxemburg. We telen twee verschillende soorten quinoa: witte en rode.
Quinoa geeft onze telers een duurzaam én rendabel gewasalternatief. Daarnaast draagt het bij aan meer variatie op het land, en sluit het perfect aan bij duurzame landbouwmethoden. En doordat we quinoa dichtbij huis telen, is er ook veel minder transport nodig.
Zo dragen we bij aan biodiversiteit, versterken we de lokale landbouw en bouwen we mee aan een eerlijker en toekomstbestendig voedselsysteem. Goed voor de boer, goed voor de bodem én goed voor het klimaat.
En misschien wel het mooiste: onze Nederlandse quinoa wordt altijd zonder pesticiden geteeld, of je nu kiest voor gangbaar of biologisch. Interesse in het telen van quinoa? Neem dan contact met ons op!
Nieuwe quinoa rassen
Hoe kan quinoa in Nederland groeien?
Dat is mogelijk omdat onze telers gebruik maken van nieuwe quinoarassen. Deze rassen zijn speciaal voor ons klimaat ontwikkeld door Wageningen University & Research en Radicle Crops. Dit is gedaan met klassieke veredelingsmethoden, waardoor Nederlandse quinoa dus GMO-vrij is.
De teelt vindt gewoon plaats in de volle grond, net als andere veldgewassen zoals tarwe of gerst. Er zijn dus geen kassen of kunstmatige omstandigheden nodig.
Een goed voorbeeld van de verbeteringen in deze rassen, is de manier waarop de plant reageert op daglengte. De oorspronkelijke rassen uit Zuid-Amerika waren namelijk gewend aan een vrijwel constante daglengte, terwijl deze in Nederland sterk varieert gedurende het groeiseizoen. Dankzij de nieuwe rassen kan de quinoa nu ook bij wisselende daglengtes optimaal groeien, waardoor ze beter geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat.
Daarnaast is het saponinegehalte verlaagd, waardoor het buitenste laagje niet meer verwijderd hoeft te worden. Hierdoor is onze quinoa volkoren. Meer hierover op de Gezondheid-pagina.
Verder kan quinoa van nature goed tegen droogte en grond met een hoog zoutgehalte. Hierdoor kunnen deze nieuwe rassen ook goed groeien op verzilte gronden zoals langs de Zeeuwse kust. Dit maakt het een ideaal gewas voor de toekomst. Onze telers maken gebruik van regeneratieve landbouwmethoden, waardoor de bodem gezond blijft en wordt verbeterd voor toekomstige generaties. Wil je meer weten over hoe wij duurzaam telen? Neem een kijkje op de Duurzaamheid-pagina.
Wij zijn de exclusieve licentiehouder van deze nieuwe rassen in Nederland, België en Luxemburg. Dit betekent dat alleen onze telers hier met deze rassen mogen telen.
Het teeltproces
Van zaaien tot ingrediënt
Wil je weten hoe onze telers de Nederlandse quinoa telen? Hieronder worden de verschillende stappen in het teeltproces uitgelegd.
1. Bodem voorbereiding
De teelt van quinoa begint met een zorgvuldige voorbereiding van de bodem. De grond wordt losgemaakt, geëgaliseerd en voorzien van natuurlijke bemesting, zodat de zaden optimaal kunnen kiemen.
Quinoa is een flexibel gewas dat groeit op verschillende grondsoorten, zoals zand, zavel en klei. Het kan zelfs goed groeien op verzilte gronden, bijvoorbeeld langs de kust.
Voor een goede oogst is vooral de structuur van de bodem cruciaal. Ideaal is een diepe, waterdoorlatende bovenlaag met een goede structuur (stevig, maar niet compact of te luchtig). Ook moet de grond zo veel mogelijk vrij zijn van onkruid, omdat al onze telers geen bestrijdingsmiddelen gebruiken bij de teelt van quinoa.
2. Zaaien
Quinoa wordt in het voorjaar gezaaid, zodra de bodemtemperatuur hoog genoeg is. In Nederland gebeurt dat meestal in april, rond dezelfde tijd als lentehaver en gerst. De zaden worden nauwkeurig in rijen gezaaid, zodat elke plant optimale groeiruimte heeft.
Vroeg zaaien heeft meerdere voordelen: de plant kan zich goed ontwikkelen voordat onkruid en insecten een probleem vormen. Daarnaast vallen de bloei- en korrelvullingsfases vóór de hitte en droogte in de zomer. De oogst vindt daardoor plaats in de drogere maanden, meestal midden of eind augustus, wat gunstig is voor zowel de opbrengst als de kwaliteit van de zaden.
3. Bewatering
Quinoa is van nature goed bestand tegen droogte, en meestal is beregening dan ook niet nodig. Alleen tijdens de eerste groeifases, als er te weinig regen valt, kan beregenen wel verstandig zijn.
In vergelijking met gewassen zoals mais en tarwe presteert quinoa beter onder droge omstandigheden. Dat komt onder andere door het uitgebreide wortelstelsel, waarmee de plant efficiënt water uit diepere lagen opneemt. Bovendien kan quinoa in drogere bodems onkruid goed onderdrukken, wat het een bijzonder veerkrachtig gewas maakt.
Na de korrelvulling heeft quinoa vrijwel geen water meer nodig. De plant hoeft dan alleen nog maar af te rijpen en te drogen, wat perfect samenvalt met de droge zomerperiode, waarin vaak niet (meer) beregend kan of mag worden.
4 & 5. Opkomst en groei
Na enkele dagen tot een week ontkiemen de quinoazaden. In deze vroege fase ontwikkelt de plant zijn eerste blaadjes en steekt hij veel energie in het aanleggen van een krachtig, uitgespreid wortelstelsel. Slim, want dit geeft de plant een voorsprong op onkruid, vooral in drogere omstandigheden.
Zodra het wortelsysteem is gevormd, groeit de plant snel verder. De quinoa ontwikkelt dan een dicht bladerdek dat het veld volledig bedekt. Dit creëert schaduw, waardoor onkruid weinig kans krijgt om zich te ontwikkelen.
6. Wieden
Onkruid wat toch opkomt, wordt door onze telers vakkundig mechanisch verwijderd, zowel in de gangbare als in de biologische teelt. Er worden namelijk geen bestrijdingsmiddelen gebruikt bij de teelt van Nederlandse quinoa. Tijdens het seizoen wordt er meerdere keren gewied. Wieden wordt gedaan met mechanische wiedtechnieken, zoals eggen en schoffelen (afhankelijk van de omstandigheden op het veld en beschikbare materialen). Voor de laatste onkruidplantjes wordt soms ook nog met de hand gewied, zodat het veld echt helemaal schoon blijft.
Door onkruid vroeg en goed te verwijderen, krijgen onkruiden minder kans om te concurreren met de quinoa. Zo krijgt onze quinoa genoeg licht, lucht en ruimte om lekker te groeien. Zo zorgen we voor een gezonde plant, een mooie oogst en zuivere quinoa!
7. Bloei
Ongeveer drie maanden na het zaaien begint de quinoa plant te bloeien. Er ontstaan lichtgroene pluimen met daarin kleine, onopvallende bloemen. Tijdens deze fase vindt de bestuiving plaats en beginnen de quinoa zaden zich te vormen.
8 & 9. Korrelvulling en rijping
Korrelvulling: Tijdens deze fase zwellen de jonge zaden op en vullen ze zich met voedingsstoffen. Dit is een cruciale periode waarin de uiteindelijke kwaliteit en opbrengst van de quinoa worden bepaald. Deze periode eindigt met de verkleuring van de pluim van groen naar geel.
Rijpingsfase: In deze fase stopt de plant met groeien en richt ze al haar energie op het afrijpen van de zaden. De pluimen drogen op, de zaden verharden en het blad veroudert snel. Zodra de plant volledig is uitgedroogd en de zaden rijp zijn, is het tijd voor de oogst. Deze fase vindt plaats in de zomer.
10. Oogst
Als de quinoa zaden volledig rijp én droog genoeg zijn, is het tijd om te oogsten, meestal rond midden/eind augustus.
Voor een goede oogst moeten de zaden een laag vochtgehalte hebben. Hoe droger de zaden, hoe minder ze achteraf gedroogd hoeven te worden, dat bespaart energie én kosten. Te laat oogsten (bijvoorbeeld in september) kan ook, maar dan is er meer kans op regen, wat het dorsen lastiger maakt.
Een handige manier om te testen of de zaden rijp zijn, is door er met je handen overheen te wrijven. Laat de zaden makkelijk los en voelen ze hard aan? Dan is het tijd om te oogsten.
Oogsten (dorsen en hakselen) gebeurt met standaard oogstmachines, en is vergelijkbaar met de oogst van mosterd of raapzaad. Alleen de quinoa zaden worden geoogst. De rest van de plant wordt verhakseld en blijft op het land liggen. Deze gewasresten worden ondergeploegd, zo blijven er dus veel voedingsstoffen achter in de grond.
11. Schoning en verwerking
Na de oogst worden de quinoa zaden zo snel mogelijk gedroogd. Dit is essentieel voor de kwaliteit en voedselveiligheid van de quinoa.
Daarna volgt het schonen: met behulp van geavanceerde (mechanische en optische) technieken worden productvreemde deeltjes zoals onkruidzaden, plantenresten en stof verwijderd.
Onze nieuwe quinoarassen hebben een erg laag saponinegehalte (<0,11%). Saponine is een bittere, zeepachtige stof die normaal gesproken eerst moet worden verwijderd. Dit doen ze door het buitenste laagje te verwijderen, wat extra processtappen zoals polijsten, wassen en drogen, oplevert. Dit is bij onze rassen niet nodig is, waardoor we dus veel water en energie besparen!
En er is nog een voordeel: onze quinoa blijft volkoren. Alle waardevolle voedingsstoffen uit het buitenste laagje van het zaadje blijven dus behouden. Goed voor jou én de aarde.